Van terp tot polder: projectmanagement achter de schepping van Nederland

 

Hoewel ze ook verschillende meningen hebben, kunnen demissionair premier Mark Rutte en de 17e-eeuwse filosoof René Descartes het eens zijn over een ding: Nederlanders hebben hard gewerkt om van Nederland een fantastisch mooi land te maken.

Een groot deel van Nederland ligt namelijk onder de zeespiegel en wordt beschermd door een gigantisch netwerk van dijken, duinen, sluizen, kanalen en dammen. Sinds de middeleeuwen worden deze onderhouden door democratisch verkozen instituties, die uniek zijn aan Nederland: de waterschappen. Hoewel veel Nederlanders dit verhaal in grote lijnen kennen, is het de moeite waard om dit enorme project nader te onderzoeken.

Technisch projectmanager MareVisie heeft, als Nederlands bedrijf in de polder, enorm veel belangstelling voor deze geweldige technologische prestatie. In deze meerdelige serie onderzoeken we hoe de polders en de waterschappen zijn ontstaan, hoe de strijd tegen de zee langzaamaan werd gewonnen, en hoe democratische verantwoordelijke instituten hebben geholpen in het vormen van de huidige Nederlandse samenleving.

Het begin

Rond het jaar 900 bestond het grootste deel van Nederland uit drassige veenweides, moerassen en duingebieden. De grote rivieren, met name de Maas en de Rijn, spreidden zich uit over enorme rivierdelta’s en overstroomden regelmatig. Vanuit de ruimte zou ook te zien zijn dat grote gebieden midden in het land helemaal geen land waren; niet alleen het hele huidige Flevoland, maar ook de provincie Zeeland en grote delen van Noord- en Zuid-Holland lagen onder water.*1

In dit natte landschap woonde een handvol mensen, her en der verspreid op terpen en duinen. Het land was nauwelijks beschermd tegen hevige stormen, die zich tot diep in de delta lieten voelen met stijgende waterspiegels en harde winden. Er konden op de drassige grond wel gewassen verbouwd worden, maar de oogst was vanzelfsprekend erg kwetsbaar voor overstromingen. *2

De Grote Ontginning

Er is geen precieze datum of plaats bekend, maar tegen het jaar 1000 veranderde er iets: de Grote Ontginning begon. Ontginning is het proces waarbij de woeste natuur leefbaar en productief voor mensen wordt gemaakt, wat nu dus op grote schaal gebeurde in Nederland. De bewoners van kleine dorpjes begonnen, op eigen initiatief, samen te werken om dijken en kades rondom hun grond te bouwen. Dit was niet alleen handig om de oogst te beschermen; het leegpompen van de polders leverde ook de mogelijkheid om andere gewassen te verbouwen, die op minder natte grond groeiden. De inpolderingsinitiatieven werden ook gestimuleerd door lokale heersers, die belastingvoordelen en extra rechten gaven aan boeren die hun eigen polder bouwden en onderhielden. Gedurende de Grote Ontginning werden grote delen van het huidige Noord- en Zuid-Holland, Zeeland en Utrecht ingepolderd. *3

De gemeenschappen die deze polders bouwden en erin woonden, hadden een eigen verantwoordelijkheid om ze te onderhouden en, als nodig, uit te breiden. De logistiek werkte als volgt: alleen de eigenaren van hoeves, zogeheten buren, hadden een stem en verantwoordelijkheid in het lokale polderbestuur. Zij zorgden voor onderhoud en het bouwen van nieuwe waterwerken. Lokaal verkozen schouwen controleerden het werk van het polderbestuur en de buren. , en enige geschillen werden voorgelegd aan de heemraden. Heemraden werkten als overkoepelend aansturend orgaan, als een soort gemeenteraad voor een polder of groter gebied. Zo maakten ze beslissingen over de aanleg van nieuwe infrastructuur voor het water, losten ze conflicten op, en stuurden ze de buren en schouwen aan in het uitvoeren van hun taken. In sommige gevallen konden zij zelfs recht spreken, door bijvoorbeeld boetes uit te delen aan buren die hun taken niet nakwamen. De heemraden en schouwen bestonden uit mensen uit de lokale bevolking die voor hun positie werden verkozen. Los van lokale overheidstaken, waren er in de polders dus onafhankelijke instanties die de waterwerken onderhielden, controleerden en beoordeelden. Op deze manier waren veel mensen direct betrokken bij de regulatie van het water in hun buurt, en was er een duidelijke managementstructuur waarbij veel mensen concrete verantwoordelijkheden hadden.

De geografie van Nederland veranderde tussen de jaren 1000 en 1200 aanzienlijk. Grote gebieden werden ingepolderd, de rivieren kregen een duidelijker en vaster stroomgebied, en Nederland won gestaag terrein.


Polder problems

De inpoldering waarvan? was echter nog niet volledig succesvol. Middeleeuwse Hollandse boeren waren geen ingenieurs, en met springvloeden of zware regen braken de dijken van sommige polders nog wel eens door. De afwatering, die moest voorkomen dat polders volledig volliepen, liet ook te wensen over. Grote plassen werden maar moeizaam weggewerkt, en er was een algeheel tekort aan sluizen en pompen, en aan de technische kennis om ze te gebruiken. *4

Middeleeuwse politiek zorgde ook voor problemen. Ruziënde graven en bisschoppen waren het nog wel eens oneens over waar dammen en dijken wel en niet moesten komen, en dit leidde soms zelfs tot kleine oorlogen. Het bouwen van een dijk door de graaf van Holland in 1163 om Hollandse polders tegen springvloeden te beschermen, bedreigde bijvoorbeeld de Utrechtse polders met vollopen. Hoewel dit specifieke conflict met bemiddeling van de Duitse keizer was opgelost, leidde de herziening van het verdrag in 1202 tot een merkwaardige gebeurtenis: de heemraden van het gebied Rijnland werden samen genoemd als Hoogheemraadschap Rijnland. *5

De waterschappen

Het Hoogheemraadschap van Rijnland (waaronder MareVisie in Voorschoten) is het oudste waterschap van Nederland, en bestaat officieel als waterschap sinds 1255. De oprichting van de waterschappen, die de heemraadschappen van losse polders verenigden tot overkoepelende besturen van grotere gebieden, was cruciaal voor het bevorderen van de Nederlandse water infrastructuur. Hoewel ze nog steeds onder het toezicht van politieke heersers stonden, hadden zij een vrije hand in het vormgeven van het waterbeleid in hun eigen gebieden. Verschillende waterschappen konden ook samenwerken om problemen op te lossen, bijvoorbeeld door verbindende sluizen te bouwen tussen hun gebieden om het waterpeil van beiden effectiever te reguleren. De waterschappen werkten niet alleen als een uitvoerende instantie, maar ook als een overziend en leidinggevend orgaan dat de werkzaamheden van de polders aanstuurde met technisch inzicht en effectieve samenwerking. Vanwege hun relatieve onafhankelijkheid ten overstaande van de lokale heersers, konden de waterschappen hun gang gaan en focussen op de allerbelangrijkste taak: de waterstand stabiel houden.

Conclusie

De ontginning van Nederland, en het omdijken, uitgraven en inpolderen van moerassen en veengronden was een groot, indrukwekkend project. Zonder centraal overzicht en op eigen initiatief creëerden talloze gemeenschappen de polders, kanalen en dijken die Nederland bewoonbaar maken en er in min of meer dezelfde vorm nog steeds zijn. In al deze gemeenschappen werkten mensen keihard om ervoor te zorgen dat dit proces goed verliep, zodat iedereen droge voeten hield. Mensen werkten lokaal, voor hun eigen bestaan en dat van hun buren, en hielden elkaar verantwoordelijk. Uit deze sociale systemen ontstonden instituties die instrumenteel waren om alles goed te begeleiden: uitvoering, controle en rechtspraak waren in handen van lokale, verkozen bewoners die hun plichten serieus namen. De vereniging van deze plaatselijke instituties tot de waterschappen was een nog grotere stap, om uitgebreide gebieden in Nederland effectief te overzien en te beheren. Zonder deze organisatie, begeleiding, en technische kunde en inzicht, had Nederland niet op de manier dat ze nu bestaat kunnen ontstaan. Uit dit historische voorbeeld trekt MareVisie als projectmanagementbedrijf enorm veel inspiratie. Net als bij de waterschappen, levert MareVisie overzichtelijke organisatie, effectieve begeleiding, en professioneel technisch inzicht.

Lees ook ons volgende artikel in de reeks, waarin MareVisie de uitbreidende rollen en prestaties van de waterschappen in latere eeuwen bekijkt, zoals de toepassing van gelaagde windmolens, de drooglegging van het Haarlemmermeer en de Deltawerken

BRONNEN:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Waterschap_(Nederland)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Poldermodel

https://nl.wikipedia.org/wiki/Grote_Ontginning

https://nl.wikipedia.org/wiki/Hoogheemraadschap_Rijnland

‘The role of water in the development of the Netherlands – a historical perspective’ Borger, Guus J. & Ligtendag, Willem A, 1998