Niet de techniek, maar de samenhang: de echte uitdaging in infrastructuurbeheer

Bron Afbeelding: ANWB

Het gebeurt vaker dan je denkt. Een brug moet in onderhoud en ineens staat een hele regio vast. We zijn zo gewend aan goed functionerende infrastructuur dat we er nauwelijks bij stilstaan. Wegen, bruggen en tunnels zijn er gewoon. Totdat ze er even niet zijn. De komende jaren gaat dat vaker gebeuren. Veel van deze assets zijn namelijk in dezelfde periode gebouwd en bereiken nu gelijktijdig het einde van hun levensduur. Op papier lijkt dat vooral een technische opgave. Hoe vervangen of renoveren we infrastructuur zo efficiënt mogelijk? In de praktijk blijkt iets anders de echte uitdaging. Zodra meerdere projecten tegelijk plaatsvinden, beïnvloeden ze elkaar. Verkeer verschuift, knelpunten ontstaan op andere plekken en hinder neemt snel toe. De complexiteit zit dus niet alleen in het vervangen zelf, maar vooral in de afstemming tussen projecten. 

Een gelijktijdig verouderend netwerk 

Een groot deel van de Nederlandse infrastructuur is aangelegd tijdens de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Wat toen in korte tijd is opgebouwd, bereikt nu ook in korte tijd het einde van de levensduur. Tegelijkertijd is de context veranderd. Het verkeer is drukker geworden en voertuigen zijn zwaarder. Hierdoor worden assets zwaarder belast dan waarvoor ze oorspronkelijk zijn ontworpen en slijten daarom sneller. In de praktijd leidt dit tot beperkingen, zoals afsluitingen voor zwaar verkeer bij de Merwedebrug in Gorinchem of snelheidsverlagingen op bepaalde spoortrajecten. Ook storingen nemen toe, met name door verouderde technische installaties. Zo had de Spijkenisserbrug tussen 2015 en 2020 meer dan 80 storingen. 

Wanneer één project het hele netwerk raakt 

Infrastructuur is geen verzameling losse objecten, maar een systeem. Als een onderdeel van het systeem uitvalt, heeft dat gevolgen voor de rest. Vooral in regio’s als Noord- en Zuid-Holland wordt dat zichtbaar. Het netwerk zit daar al vol, waardoor er weinig ruimte is om verkeer op te vangen als iets tijdelijk wegvalt. Een afsluiting kan daardoor al snel leiden tot grote verstoringen op andere plekken. Een goed voorbeeld is de Van Brienenoordbrug in Rotterdam, een van de drukste bruggen in Nederland met circa 230.000 voertuigen per dag. De geplande renovatie zal leiden tot afsluitingen en een verschuiving van verkeer naar omliggende snelwegen zoals de A15, A12 en A27. Ook in Amsterdam werd zichtbaar wat er gebeurt wanneer meerdere projecten samenkomen. In 2025 vonden veel werkzaamheden plaats aan onder andere het Zuidasdok en omliggende snelwegen. Om het netwerk werkend te houden, was een vermindering van het autogebruik met 20% nodig. Naast verkeersdrukte speelt ook de uitvoeringscapaciteit een rol. Door personeelstekorten, stijgende kosten en minder concurrentie bij aanbesteding is het simpelweg niet mogelijk om alles tegelijk aan te pakken. Kortom: niet alles kan tegelijk, er moeten keuzes worden gemaakt. 

Van projecten naar programma’s 

De vervangingsopgave vraagt daarom om een andere manier van sturen. Niet langer het optimaliseren van losse projecten, maar het organiseren van samenhang. Dat betekent keuzes maken over: 

  • Prioritering: welke assets pakken we eerst aan? 
  • Fasering: welke projecten kunnen tegelijkertijd plaatsvinden? 
  • Afhankelijkheden: hoe beïnvloeden projecten elkaar binnen een netwerk? 
  • Besluitvorming: wie hakt knopen door wanneer belangen botsen? 

Door deze vragen op programmaniveau te beantwoorden, ontstaat er grip op een opgave die anders snel onoverzichtelijk wordt. 

Wat dit vraagt van organisaties 

Om dit goed te doen, is overzicht essentieel. Inzicht in de staat van assets, een helder beeld van geplande projecten en duidelijke besluitvorming zijn randvoorwaarden. Zonder die basis blijven keuzes reactief en versnipperd. In veel projecten zien wij vergelijkbare vraagstukken en problemen terugkomen. Processen die afhankelijker zijn dan gedacht, planningen die botsen of keuzes die lokaal logisch lijken, maar op systeemniveau niet optimaal uitpakken. Daar helpt MareVisie organisaties graag bij. Niet door alleen te analysere, maar door samen te bepalen hoe uw project effectief in het grotere systeem kan worden ingepast. 

Breder dan infrastructuur 

Deze uitdaging speelt niet alleen in infrastructuur. In feite heeft vrijwel elke organisatie hiermee te maken. Denk bijvoorbeeld aan IT-system die verouderen, zoals een ERP-systeem. Wat op het eerste gezicht een relatief eenvoudige softwarevervanging lijkt, blijkt in de praktijk sterk afhankelijk te zijn van andere systemen binnen het bedrijf. Hierdoor vereist dit al snel een organisatiebrede verandingen. In de energiesector staan netbeheerder voor een dubbele opgave. Bestaande infrastructuur vervangen en het netwerk uitbreiden door de groeiende vraag vanuit de energietransitie. Hierdoor raken onderhoud, vervanging en uitbreiding met elkaar verweven. De overeenkomst is duidelijk. Zodra onderdelen met elkaar verbonden zijn, werkt optimaliseren per project niet meer. Het geheel moet leidend worden. 

De vervangingsopgave laat zien dat de grootste uitdaging vaak niet in de techniek zit , maar in de samenhang. Niet het individuele project, maar het functioneren van een netwerk moet centraal staan. 

Hoe zorg jij ervoor dat jouw project niet alleen lokaal goed werkt, maar ook in het grotere geheel? 

Laat het ons weten in de comments!